Microvezeldoeken sorteer je op kleur zodat je nooit vuil van het ene deel van de auto op het andere overbrengt. Een doek die langs de velgen is geweest, zit vol fijn remstof en zand. Gebruik je diezelfde doek daarna op de lak, dan sleep je dat schuurmiddel over het paneel en krijg je precies de krassen die je probeert te voorkomen. Kleur is dus geen gimmick, maar een systeem: één kleur per zone, en je houdt vuil waar het hoort.
De tweede vraag is het gewicht, uitgedrukt in GSM (gram per vierkante meter). Dat zegt iets over hoe dik en zacht een doek is. Een zwaardere doek pakt meer water en vuil op en glijdt zachter over de lak, een lichtere doek is platter en handiger voor algemeen werk. Hieronder lees je welke kleur en welk gewicht wij voor welke klus pakken, en hoe je ze wast zodat ze lang meegaan.
In het kort
Kleur bepaalt de zone: één vaste kleur per onderdeel voorkomt kruisbesmetting en krassen.
GSM is het gewicht: hoger (300+) is zachter en absorberender voor lak en finish, lager (rond 280) is prima voor algemeen werk.
Nooit wasverzachter, nooit samen met pluizende was, en velgen- en lakdoeken ook in de wasmachine gescheiden houden.
Waarom je doeken op kleur sorteert
Het meeste krassen op een auto ontstaat niet tijdens het polijsten, maar tijdens het wassen en drogen. Kleine deeltjes vuil werken als schuurpapier zodra je ze over de lak beweegt. De grofste vervuiling zit onderin: velgen, banden en deurposten. Breng je die deeltjes via een doek naar de motorkap of de flanken, dan trek je fijne krasjes die je in de zon terugziet als swirls. Door elke zone zijn eigen kleur te geven, weet je in één oogopslag welke doek waar mag komen. Je hoeft er niet over na te denken, en je pakt nooit per ongeluk de verkeerde.
De kleurcodering die wij aanhouden
Dit is het systeem dat wij bij T&H Car Care gebruiken. Het hoeft niet exact zo, maar het werkt en het is consequent. Kies je eigen kleuren gerust, zolang je maar één regel volgt: een doek die de vieze zones heeft aangeraakt, komt nooit meer op de lak.
Groen: de buitenkant van de lak. Onze zwaarste doeken, rond 300 GSM, zodat ze zacht over het paneel gaan.
Paars: velgen, banden en deurposten. De vuilste zones, rond 280 GSM. Deze doeken zien het meeste remstof en zand.
Blauw: ramen en spiegels, rond 280 GSM. Streeploos werken vraagt een schone, aparte doek.
Geel: het interieur, rond 280 GSM. Dashboard, panelen en kunststof.
Bruin: het nawerk na polijsten, coating of wax, rond 300 GSM. Een zachte doek die je alleen op een schone, beschermde lak gebruikt.
Wat GSM je vertelt
GSM staat voor gram per vierkante meter en is simpelweg het gewicht van de stof. Rond de 280 GSM heb je een doek met een korte, platte vezel. Die is stevig, droogt snel en is ideaal voor algemeen werk: ramen, interieur, product opbrengen. Vanaf 300 GSM wordt de vezel dikker en pluchiger. Zo'n doek pakt meer water op en glijdt zachter, wat je wilt op lak en op een verse coating. De pluchigste doeken, van zo'n 500 GSM en hoger, zijn het zachtst en daarmee prettig voor het meest kwetsbare werk, zoals napoetsen tot glans. Je hoeft dus niet per se de zwaarste doek te kopen: de 280 tot 300 GSM uit ons kleursysteem dekt het meeste werk prima. Duurder is niet altijd beter, maar op de lak wil je geen goedkope, harde doek.
Randen, naden en vouwen
Let bij lakwerk op de randen. Veel goedkope doeken hebben een hard gestikte rand of een ingenaaid label, en juist die rand kan een kras trekken terwijl het zachte middenstuk niets doet. Voor de lak pak je daarom een doek met een zachte, gebonden rand of een randloze doek. Vouw je doek in vieren: zo heb je acht schone vlakken en draai je naar een fris vlak zodra er vuil op zit. Zit een doek eenmaal vol, leg hem dan weg en pak een schone. Blijven poetsen met een vieze doek is vragen om krassen.
Welke doek voor welke klus
In de praktijk werkt het zo. Voor het drogen na de wasbeurt gebruik je een aparte, dikke droogdoek die veel water in één keer opneemt. Tijdens het wassen zelf gaat het vuil met een wasmitt van de lak, niet met een doek; de doeken komen daarna. Voor de ramen pak je een blauwe doek met een glasreiniger, zodat je streeploos eindigt. En voor het uitvegen van een verse coating gebruik je een zachte, pluche doek die nog nergens anders is geweest; de coating zelf breng je op met een suède applicator, niet met een doek. Zo blijft elke stap schoon en houd je de lak krasvrij.
Wassen en verzorgen
Microvezel gaat lang mee als je het goed wast. Gebruik nooit wasverzachter: die legt een laagje op de vezels waardoor ze minder water en vuil pakken, precies wat je niet wilt. Was je doeken apart van katoen en ander pluizend textiel, want die pluizen blijven in de vezel hangen. Was op een lage temperatuur, rond 40 graden, en laat ze het liefst aan de lucht drogen of op de laagste stand van de droger. Houd ook in de was je zones gescheiden: velgendoeken bij velgendoeken, lakdoeken bij lakdoeken. Een velgendoek die vol ijzerdeeltjes in dezelfde was zit als je lakdoeken, besmet die alsnog.
Veelgestelde vragen
Waarom mag er geen wasverzachter op microvezel?
Hoe vaak moet ik een microvezeldoek vervangen?
Mogen microvezeldoeken in de wasmachine en de droger?
Maakt de kleur echt iets uit of is het marketing?
Welke doek gebruik ik voor het uitvegen van een coating?
Kan ik niet gewoon één doek voor alles gebruiken?
Lees ook
Over deze gids
Deze gids komt van T&H Car Care, een detailingbedrijf uit Borne. We wassen en detailen zelf auto's, dus dit is het systeem dat we dagelijks in de praktijk gebruiken, niet iets uit een folder. Vragen over doeken of over je eigen aanpak? Loop gerust binnen.
